Vandaag deed het Gerechtshof Den Haag een uitspraak in appel betreffende een zaak die ging over de vraag of een contractpartij al dan niet gehouden mag worden aan een contractueel bepaalde opzegtermijn, ECLI:NL:GHDHA:2017:2483.

Partijen waren een overeenkomst met elkaar aangegaan voor het leveren van een x aantal producten en hadden elkaar eerder ten overstaan van de Rechtbank getroffen, omdat ze discussie hadden over de verplichting tot het afnemen van het contractueel bepaalde aantal producten. De afnemer was van mening dat het niet redelijk was om hem aan dat aantal af te nemen producten te houden en was om die reden een discussie gestart, nadat hij de factuur van de leverancier had ontvangen voor het complete aantal producten en niet het daadwerkelijk gebruikte aantal.

De discussie ten overstaan van de kantonrechter speelde al in 2014 en aan het einde van dat jaar was er een zitting tussen partijen gepland, in de hoop dat er nog een oplossingen tussen hen gevonden zou worden. Dat bleek echter niet het geval.

Nadat partijen niet tot elkaar bleken te kunnen komen heeft de afnemende partij de leverancier bericht dat hij de overeenkomst ‘buitengerechtelijk wenste te ontbinden’. Hoewel een ongelukkige woordkeuze, nu er juridisch sprake is van opzegging en niet van ontbinding, moest hier volgens het Hof in ieder geval voldoende uit blijken dat de afnemende partij van de overeenkomst af wilde.

De leverancier heeft de afnemer voor het jaar 2015 opnieuw een factuur gestuurd voor het contractueel overeengekomen aantal producten en stelde hierbij dat de afnemer zich niet aan de opzegtermijn had gehouden, die contractueel bepaald was op één maand en die enkel aan het einde van ieder kalenderjaar kon worden ingeroepen. De kantonrechter wijst die vordering van de leverancier in eerste instantie af, omdat de leverancier uit de omstandigheden van het geval voldoende had moeten kunnen begrijpen dat de afnemer van de overeenkomst af wilde.

De leverancier ging hiertegen in hoger beroep en kreeg vandaag ook van het Hof Den Haag datzelfde antwoord: de vordering wordt afgewezen onder bekrachtiging van het vonnis in eerste aanleg, omdat het gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk en billijk zou zijn om de afnemer aan de opzegtermijn te houden.

Hoewel velen van u deze uitspraak van het Hof zullen begrijpen biedt deze uitspraak ook ruimte voor een juridische discussie. De vraag die hierbij gesteld kan worden is immers of van een professionele contractspartij, wetende dat het hier niet om te beschermen consumenten gaat, niet verwacht mag worden dat hij weet welke voorwaarden hij bij het aangaan van de overeenkomst geaccepteerd heeft als van toepassing zijnde. Naar mijn mening dienen algemene voorwaarden niet al te eenvoudig te worden gepasseerd omdat ze juist de rechtszekerheid dienen. Partijen weten door het hanteren van een opzegtermijn waar ze aan toe zijn. De afnemende partij had er zekerheidshalve toch ook al gedurende de procedure in 2014 voor kunnen kiezen om de overeenkomst op te zeggen, met de kanttekening dat die opzegging enkel zou gelden voor het geval partijen er niet uit zouden komen met elkaar?

Professionele contractspartijen mogen weten wat ze overeen zijn gekomen en verdienen in dat licht veel minder bescherming dan een consument die een overeenkomst sluit. Het was dan ook goed voorstelbaar geweest dat het Hof in deze zaak tot een geheel andere uitkomst was gekomen en had bepaald dat een opzegtermijn helder is voor beide partijen en ook in die helderheid strikt moet worden toegepast. Dat zij dat niet geconcludeerd heeft biedt in toekomstige zaken in ieder geval weer ruimte om de toepassing van algemene voorwaarden op grond van de redelijkheid en billijkheid in twijfel te trekken.

Indien u ten aanzien van door u gesloten contracten problemen ondervindt bent u met uw problemen steeds van harte welkom bij KBW Advocaten en Mediators aan de Dorpsstraat 43 te Schinnen. Alvorens wij een overeenkomst met opdracht met u aan zullen gaan stellen wij u onze algemene voorwaarden ter hand in de hoop dat die ook toegepast zullen worden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

1 × three =