In veel omgangszaken en ook in echtscheidingen wordt de Raad voor de Kinderbescherming door de Rechtbanken benoemd om als deskundig orgaan onderzoek te verrichten naar de vraag op welke wijze de omgang van minderjarige kinderen het beste geregeld kan worden. Wat is er in het belang van het kind, bij welke ouder kan het kind het beste wonen en hoe wordt het contact met de andere ouder het beste vorm gegeven?

In de praktijk ziet men vaak dat de onderzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming niet overlopen van zorgvuldigheid en hoort men ouders vaak klagen over het gebrek aan zorgvuldig onderzoek. Het is altijd mogelijk om over het gedane onderzoek een klacht in te dienen bij de Raad voor de Kinderbescherming, maar tot gisteren kreeg u van ons kantoor dan al gauw als antwoord dat het indienen van een dergelijke klacht waarschijnlijk zinloos is.

Tot gisteren? Ja, want gisteren heeft het Gerechtshof Amsterdam een opmerkelijke uitspraak gedaan over de vraag of de Raad voor de Kinderbescherming in een bepaalde zaak voldoende zorgvuldig te werk is gegaan. Een van de ouders had in die zaak de Staat aansprakelijk gesteld, nu de Raad voor de Kinderbescherming een semioverheidsinstelling betreft, met als onderbouwing dat het gedane onderzoek te mager was.

Het Gerechtshof Amsterdam kwam in een uitvoerig arrest, ECLI:NL:GHAMS:2017:1725, tot de conclusie dat het onderzoek van de Raad te mager was geweest, omdat zij onvoldoende uitvoerig onderzoek had gedaan naar aanleiding van de zorgen die de vrouw geuit had over de veiligheid van het minderjarige kind bij de andere ouder.

Hoewel het hier om een zeer uitzonderlijk geval gaat en er uiteraard lang niet in alle zaken sprake zal zijn van staatsaansprakelijkheid als het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming een uitkomst kent die u niet bevalt biedt dit arrest wel nieuwe handvaten. Wellicht helpt het al om in de toekomst met dit arrest in de hand de Raad voor de Kinderbescherming aan te spreken op haar zorgvuldigheid. Dat doen wij als KBW Advocaten en Mediators uiteraard graag voor u.

Wat wel te betreuren valt in dit arrest is het feit dat de burger in kwestie haar gemaakte proceskosten niet gedekt zag. Enerzijds bepalen dat er sprake is van Staatsaansprakelijkheid, onder verwijzing naar een daartoe bestemde schadeprocedure en dan vervolgens constateren dat er geen reden is voor een proceskostenveroordeling van de Staat lijkt lastig te volgen. Wanneer een burger zo ver gaat dat zij de Staat aansprakelijk stelt en hierin in het gelijk wordt gesteld dan was het veel beter uit te leggen geweest als zij haar daarvoor gemaakte kosten ook vergoed had gekregen. Maar dat is ook het enige punt van kritiek op dit opmerkelijke arrest.

Vragen over omgang of over andere zaken binnen het  personen- en familierecht? KBW Advocaten en Mediators is u graag van dienst.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

12 + 18 =