Het verrichten van passende arbeid kost een hele tijd

 

Dat een werkgever bij ziekte van een werknemer op grond van de wet verplicht is om gedurende 104 weken het loon van  de zieke werknemer te blijven voldoen, althans 70& van dat loon, is inmiddels bij de meeste mensen wel bekend. Wat de meeste mensen niet weten is wat er na die periode gebeurt.

 

Na 104 weken is de werkgever niet langer verplicht om het overeen gekomen loon door te betalen en ontvangt de zieke werknemer eventueel een WIA uitkering via het UWV. Het enkele feit dat die periode voorbij is wil echter niet zeggen dat een werknemer niet langer werkzaam kan zijn voor de werkgever.

 

Een werkgever is verplicht om twee jaar lang alles te doen om te proberen de werknemer te re-integreren. In eerste instantie in zijn eigen functie, maar als er medische redenen zijn waarom dat niet zou lukken kan dat ook in een andere functie, zolang het gaat om passende arbeid.

 

Wat als passende arbeid moet worden beschouwd staat eveneens in de wet: ‘Onder passende arbeid moet worden verstaan alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend.

 

Dat betekent dus dat de werkgever in het kader van de re-integratie gedurende de eerste twee jaar op zoek moet naar een functie voor de zieke werknemer die voor de krachten en bekwaamheden van die zieken werknemer is berekend.

 

In de praktijk ontstaat er weinig discussie tussen werkgever en werknemer zolang de werknemer zijn passende arbeid kan blijven verrichten en zolang hij zijn uitkering krijgt uitgekeerd. Het gaat pas mis als die zieke werknemer opnieuw uitvalt. Daarmee ontstaat immers de discussie of de passende arbeid die gedurende langere tijd is verricht de bedongen arbeid is geworden. Die vraag is voor een zieke werknemer van belang, omdat hij opnieuw aanspraak zou kunnen maken op loondoorbetaling gedurende 104 weken als de passende arbeid bedongen arbeid is geworden of zo beschouwd moet worden.

 

U kunt zich vast voorstellen dat er vaak geprocedeerd is over de vraag wanneer passende arbeid bedongen arbeid wordt. Niet alleen omdat de werknemer behoefte heeft aan duidelijkheid op dat vlak, maar ook omdat een  zieke werknemer in een dergelijk geval in rechte weinig te verliezen heeft.

 

Op 24 januari 2017 heeft het Gerechtshof Den Bosch opnieuw een uitspraak gedaan over de vraag aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om van passende arbeid tot bedongen arbeid te komen en zo dus tot een hernieuwde loonbetalingsverplichting van de werkgever.

 

Het betrof een zaak waarin de zieke werknemer van 1995 tot 2009 in het kader van zijn re-integratie een andere functie uitoefende dan de functie waarvoor hij ooit was aangenomen. Eind 2009 werd hij opnieuw ziek waarna hij zich op het standpunt stelde dat het groot aantal jaren waarin hij de passende arbeid verricht had maakte dat hij er als werknemer vanuit mocht gaan dat die functie inmiddels als bedongen arbeid moest worden beschouwd.

 

Helaas voor de werknemer concludeerde het Hof dat enkel het grote tijdsverloop niet voldoende is om tot de conclusie te komen dat de passende arbeid hierdoor de bedongen arbeid is geworden. Daar is volgens het Hof meer voor nodig, namelijk gerechtvaardigd vertrouwen aan de kant van de werknemer dat hij heeft verkregen door toedoen van de werkgever. Van dat vertrouwen was in die zaak geen sprake, dus de werknemer werd in het ongelijk gesteld.

 

Bij KBW Advocaten en Mediators kunt u steeds terecht voor al uw arbeidsrechtelijke vragen, waarvoor wij graag in uw belang passende arbeid verrichten.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

1 × 4 =