Bertrand woont al jaren in een huurwoning. Het bevalt hem hier uitstekend, maar de buren hebben meer moeite met het feit dat Bertrand naast hen woont. Hij veroorzaakt overlast in de vorm van muziek, scheldt hen geregeld uit en wiedt het onkruid in zijn achtertuin niet, zodat dit haast over de schutting heen groeit. De buren vragen zich af of hier sprake is van slecht huurderschap.

 

Naast het voldoen van de overeengekomen huur op het bij huurovereenkomst overeengekomen tijdstip is het voor een huurder een verplichting om zich te gedragen zoals een goed huurder betaamt. Dat is in feite een vage norm, waar de meningen nog al eens over kunnen verschillen. Wat voor de een heel normaal is, kan een ander uiteraard een heel stuk minder normaal vinden.

 

Waar de meeste mensen het in ieder geval over eens zullen zijn is het feit dat een goed huurder geen overlast aan derden moet veroorzaken. Het bovenstaande voorbeeld van Bertrand is dus een duidelijk geval van slecht huurderschap.

 

Vaak ligt het echter minder duidelijk. Een huurder mag dus geen overlast veroorzaken, maar wat wordt er nog meer van hem verwacht? In ieder geval dat hij het gehuurde gebruikt waar het voor gehuurd is. Een huurder die in een woonhuis een handel in tropische vissen begint loopt ook het risico dat hij geconfronteerd wordt met het “stempel” slecht huurderschap.

 

Niet alleen zaken die direct verband houden met de wijze waarop een huurder het gehuurde gebruikt kunnen aanleiding geven om strijd met goed huurderschap aan te nemen, maar ook zaken waar men niet direct aan denkt. Een huurder die zich vanuit een huurwoning bezig houdt met strafbare feiten of anderen in staat stelt in die woning strafbare feiten te plegen loopt net zozeer risico.

 

Ook een afwijkende seksuele moraal, waarbij te denken valt aan het samenleven met meerdere partners, vormde in het verleden bij de kantonrechter al reden om slecht huurderschap aan te nemen.

 

Wat is nu het risico van het vertonen van gedrag dat niet past bij een goed huurder? Die vraag is heel simpel: het niet goed huurderschap kan voor een verhuurder reden vormen om de huurovereenkomst te beëindigen. Het vormt een in de wet genoemde beëindigingsgrond voor ontbinding of opzegging van de huurovereenkomst.

 

Wil men de schijn van slecht huurderschap vermijden, dan kan men dus het beste passen in een rolpatroon dat door iedereen als juist en fatsoenlijk wordt beoordeeld. Past men daar net iets minder goed in, om welke reden dan ook, dan is het in ieder geval verstandig om het gehuurde te gebruiken waar het voor bedoeld is en de overlast voor derden zoveel mogelijk te beperken. Dan zal het ook voor u wel goedkomen met dat goed huurderschap.

 

Heeft u last van uw buren, maak dan een vrijblijvende afspraak bij KBW Advocaten en Mediators aan de Dorpsstraat 43 te Schinnen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

twenty + fifteen =