In de algemene bepalingen woonruimte, bepalingen die vaak onderdeel uitmaken van een gehuurde woonruimte, staat bepaald dat de huurder onder andere de verplichting heeft om het gehuurde zelf als zijn hoofdverblijfplaats te gebruiken. Ook uit de wet kan men die verplichting halen, zij het dat deze niet als zodanig expliciet staat benoemd.

Dat betekent niet alleen dat de huurder ingeschreven moet staan op het adres van het gehuurde, maar het gehuurde ook feitelijk moet gebruiken.

In een recente uitspraak van het Hof Arnhem Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2021:4717, ging het over de vraag of huurster het hoofdverblijf wel in het gehuurde had of dat zij elders woonde. Waar de kantonrechter in eerste instantie de verhuurder in het ongelijk stelde was het Hof wel van mening dat het bewijs van de verhuurder voldoende was om te moeten vermoeden dat huurster elders woonde. De woning werd 38 x bezocht over een langere periode en bij geen enkel bezoek, op verschillende tijdstippen, werd huurster aangetroffen. In de woning werden wel diverse anderen aangetroffen zonder dat verhuurder toestemming had gegeven voor het onderverhuren van de woning.

Het verhaal van huurster dat ze tijdelijk bij haar moeder woonde, vanwege medische klachten en vanwege praktische overwegingen, omdat dit gemakkelijker zou zijn na een nachtdienst ging volgens het Hof niet op. De huurovereenkomst werd ontbonden.

Uit dit arrest volgt dat men als huurder niet alleen de plicht heeft om steeds iedere maand tijdig de overeengekomen huur te voldoen, maar zeker ook het gehuurde zelf te bewonen. Dat is niet alleen een verplichting ter voorkoming van leegstand van een huurwoning, maar zeker ook zodat de verhuurder inzicht heeft en houdt wie de woning bewoont en wie niet.

Heeft u vragen over huurrecht, aarzel dan niet om KBW Advocaten en Mediators te Schinnen te bezoeken. Wij zitten nog altijd in hetzelfde pand.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

ten − two =