Rechtbank Rotterdam wees deze week een vonnis in een zaak waar het ging om het antwoord op de vraag of een werknemer terecht op staande voet ontslagen was, ECLI:NL:RBROT:2021:9721. De werknemer had een verlofaanvraag ingediend voor de dag erna en zonder dat hij op die aanvraag de toestemming van zijn werkgever had ontvangen verscheen hij niet op het werk.

Hoewel men van mening kan verschillen of het eenmalig onterecht afwezig zijn op het werk gelijk het zwaarste middel van het ontslag op staande voet rechtvaardigt en er ook uitspraken te vinden zijn waarin de kantonrechter oordeelt dat dit beter afgedaan kan worden met een officiële waarschuwing is het verschijnen door de werknemer natuurlijk wel een essentieel onderdeel van de gemaakte werkafspraken. Het lukt immers niet zo goed om afwezig te zijn en te werken tegelijkertijd.

De werknemer was het niet eens met het gegeven ontslag op staande voet en stelde onder meer dat hij van iemand met enig gezag binnen de organisatie van werkgever wel toestemming had verkregen, maar slaagde er niet in om hier enig bewijs van aan te bieden. Dat maakt het een lastig te volgen stelling.

In de wet staat dat iemand die ontslag op staande voet gekregen heeft binnen twee maanden na datum ontslag een verzoekschrift tot vernietiging van dat ontslag kan indienen. Waar de ontslagen werknemer vroeger een half jaar de tijd had, moet hij nu dus in ieder geval snel handelen nadat hij een brief met daarin de boodschap ontslag op staande voet verkregen heeft. Doet men dat te laat, dan kan enkel niet—ontvankelijkheid het gevolg zijn, dat betekent dat de kantonrechter niet meer toekomt aan de inhoud van het verweer, simpelweg omdat het te laat is ingediend.

De termijn van twee maanden is een hele harde termijn, zo ontdekte ook deze werknemer. Hij diende zijn verzoekschrift vernietiging ontslag op staande voet namelijk één dag te laat in. Een dag te laat betekent echter niet binnen de twee maanden ingediend en dus te laat, niet-ontvankelijk.

Is het niet bijzonder cynisch om te constateren dat de werknemer die het verwijt kreeg dat hij op enige dag ten onrechte niet aanwezig was op zijn werk, dus in feite te laat op zijn  werk was, tevens te laat kwam bij de Rechtbank? Als hij in een eerder stadium een goede advocaat geraadpleegd zou hebben, dan had hij in ieder geval geweten van de geldende twee maanden termijn en was zijn verweer in ieder geval gehoord. Of dat inhoudelijk verschil had gemaakt valt te bezien, maar zo ziet men dat het inschakelen van professionele rechtshulp altijd verstandig is.

Heeft u vragen over arbeidsrecht dan kunt u altijd terecht bij KBW Advocaten en Mediators te Schinnen. Dat kan vandaag wellicht nog, maar ook nog over twee maanden. Wanneer het u schikt…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

5 × 2 =